Geschiedenis

Laatst aangepast op 21 januari 2016

Bij het vak geschiedenis kijken we naar de mens in het verleden. Hoe leefden mensen vroeger en welke gevolgen heeft dat voor ons tegenwoordig?

Wist jij dat de allereerste boeren in Drenthe grafmonumenten maakten van stenen die wel 22.500 kilo wogen? Of dat Franse koningen in de achttiende eeuw hun gezicht spierwit poederden en hoge, krullende pruiken droegen? En dat de Romeinen het liefst op een rijtje naast elkaar op de wc zaten?

Geheimen prijsgeven

Bij het vak geschiedenis kijken we naar de mens in het verleden. Hoe leefde hij vroeger? En welke gevolgen heeft dat voor ons in deze tijd? Om dat te onderzoeken, gebruiken we zogenaamde bronnen. Dat zijn afbeeldingen en teksten die ons helpen naar het verleden te kijken. Maar welke vragen stel je nu bij zo’n bron en hoe ga je met die bronnen om zodat ze hun geheimen over het verleden prijsgeven? Dát leer je bij geschiedenis!

Typerende tijdvakken

Natuurlijk is er in al die eeuwen oneindig veel gebeurd. We kunnen dus niet alles vertellen en behandelen. Daarom leren we je een onderscheid te maken tussen wat wel en niet belangrijk is. Met zogenaamde tijdvakken zie je in een oogopslag welke zaken uit het verleden bij elkaar horen. Elke tijd heeft namelijk typerende kenmerken die je niet bij een andere tijd zult aantreffen. Wij hebben tenminste nog nooit een jager of verzamelaar met een pruik vol tierelantijntjes gezien.

Zo brengen we het verleden in kaart en ontwikkelen we een breed beeld van onze geschiedenis. Dat is belangrijker dan je denkt. Want wie het verleden kent, is meester van de toekomst!